Op 20 november 2025 publiceerde de Europese Commissie (EC) haar langverwachte voorstellen tot herziening van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR), ofwel SFDR 2.0. Vol verwachting werd met name uitgekeken naar de herziening van de productclassificatie onder SFDR 2.0.
Nieuw: sustainability-related productcategorieën onder SFDR 2.0
Als het aan de EC ligt komen er in de SFDR 2.0 drie nieuwe ‘sustainability-related’, kortgezegd ‘groene’, productcategorieën, bedoeld om de tekortkomingen van het huidige SFDR-raamwerk te verhelpen:
- artikel 7 producten, d.w.z. producten die bijdragen aan een transitiedoelstelling, hierna “Transitiecategorie”;
- artikel 8 producten, duurzaamheidsfactoren meenemen in het beleggingsproces, hierna “ESG-basics categorie”; en
- artikel 9 producten, d.w.z. producten met een expliciete duurzaamheidsdoelstelling, hierna “Duurzame categorie”.
Let op, de indruk kan ontstaan dat er gelijkenis is met de huidige artikel 8 en 9 SFDR producten, maar dit is uitdrukkelijk niet het geval. De SFDR 2.0 kent een andere systematiek dan het huidige SFDR-regime.
Voor elk van de drie groene productcategorieën moet een fonds aantonen dat minimaal 70% van zijn portefeuille daadwerkelijk aansluit bij het doel van die categorie. Denk bijvoorbeeld aan een transitiefonds dat moet laten zien dat ten minste 70% van de beleggingen bijdraagt aan de beoogde transitie‑doelstellingen, of een duurzaamheidsfonds dat voor hetzelfde percentage investeert in activiteiten die een duidelijk duurzaamheidsdoel hebben.
In het geval van artikel 7 en 9, mag in plaats van de 70%-drempel, worden volstaan met minimaal 15% beleggingen die EU-Taxonomy aligned zijn of als een EU Climate Transition Benchmark (CTB) of een EU Paris-Aligned Benchmark (PAB) één op één wordt gevolgd.
Daarnaast moet bij alle drie de groene productcategorieën een aantal sectoren verplicht worden uitgesloten. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij die de CTB en/of de PAB. Afhankelijk van de productcategorie gelden meer of minder uitsluitingen.
In dit artikel schetsen wij de belangrijkste wijzigingen die SFDR 2.0 op productniveau introduceert, uitgaande van het voorstel zoals dat nu voorligt en bezien vanuit de praktijk van fondsbeheerders.
Van informatieclassificatie naar label
De voorgestelde productcategorieën leren ons dat de EC afstapt van de oorspronkelijke doelstelling van het SFDR classificatiesysteem.
Door aan informatieverplichtingen te voldoen zou er over de mate van duurzaamheid van een fonds transparantie worden gegeven. Tot ergernis van de EC werd de gegeven transparantie in de praktijk veelal gebruikt als een label of keurmerk, af te lezen aan de hand van de gegeven classificatie: artikel 6, 8, 8 plus of 9 SFDR. In de praktijk wordt doorgaans verwezen naar ‘grijze’ producten (artikel 6), ‘lichtgroene’ producten (artikel 8) en ‘donkergroene’ producten (artikel 9).
Door nu de drie groene productcategorieën aan te laten sluiten op de systematiek van de ESMA Richtsnoeren voor fondsnamen (‘ESMA Richtsnoeren over fondsnamen waarin ESG-termen of duurzaamheidsgerelateerde termen worden gebruikt’) van 21 augustus 2024, wordt in de SFDR 2.0 evenals in de richtsnoeren de vrijheid voor het voeren van een categorie met inhoudelijke minimum vereisten aan banden gelegd.
Geen nieuw inzicht voor de belegger
So far so good, zou je zeggen. Alleen rijst de vraag of de gemiddelde belegger een goed begrip zal hebben van de nieuwe groene productcategorieën. Toegegeven, bij de huidige classificatie wordt het voor de gemiddelde belegger ook niet altijd duidelijk wat nou precies het verschil is tussen een artikel 6, 8, 8 plus en een artikel 9 SFDR product. Of dit probleem met de nieuwe productcategorieën daadwerkelijk wordt opgelost, betwijfelen wij.
We nemen je mee. Naast de hiervoor genoemde ‘groene’ productcategorieën zal voor fondsen zónder groene ambities – fondsen die niet worden gecategoriseerd als een duurzaamheids gerelateerd product onder de nieuwe artikelen 7/8/9 – het nieuwe artikel 6a van de SFDR 2.0 gaan gelden.
De regels voor die producten zijn weliswaar te vergelijken met het huidige artikel 6 SFDR product, maar wat opvalt is dat er, (toch) verwezen mag worden naar duurzaamheidsfactoren. Een dergelijke verwijzing moet onder meer neutraal zijn en mag bijvoorbeeld niet meer dan 10% van de ruimte van het deel dat gaat over de beleggingsstrategie in beslag nemen.
Het verschil tussen de nieuwe groene productcategorieën onderling, maar ook in relatie tot het grijze artikel 6a product lijkt ons voor een (retail)belegger al vrij ingewikkeld.
We zijn er nog niet. De SFDR 2.0 kent namelijk meer “smaken”. Naast de productcategorieën kan je onder de SFDR 2.0 ook een “topping” over de productcategorie aanbrengen; de topping “Impactstrategie”.
De impact strategie is dus niet opgenomen als een op zichzelf staande categorie, maar als een “overlay” (topping) die onder voorwaarden gebruikt mag worden. Alleen artikel 7 en 9-producten die aantoonbaar voldoen aan de in de SFDR 2.0 genoemde eisen voor een impact gerelateerde strategie mogen het woord “impact” in de naam van in dit geval een fonds voeren.
Tot slot, de gecombineerde producten. Hierbij kan het product bestaan uit een blend van ‘groene’ fondsen, maar ook uit een blend met een ‘grijs’ fonds. Elke blend kent verschillende voorwaarden. Ook hier geldt wat ons betreft dat de eindbelegger door alle mogelijke combinaties al snel het overzicht verliest.
In het systeem zit een duidelijk ‘pass or fail’-mechanisme: een product voldoet aan de criteria van de categorie Transitie, ESG-basics of Duurzaamheid, óf het voldoet er niet aan. Dit moet de eindbelegger per groene productcategorie een set van minimale waarborgen bieden. Een mogelijk neveneffect is echter dat fondsbeheerders weinig prikkels ervaren om hun fonds duurzamer te maken dan de minimale eisen van de categorie; of een fonds binnen een productcategorie voor 70% of voor 100% ‘groen’ is, maakt in dit systeem immers geen verschil.
Al met al lijken de nieuwe ‘groene’ productcategorieën per saldo ook op een label, maar zijn de inhoudelijke eisen voor het ‘label’ toegenomen. Vreemde eend in de bijt hierin is de ‘grijze’ categorie; wat ons betreft is het onverwacht dat aan ‘grijs’ fonds een vleugje groen mag worden toegevoegd.
Dit moet je doen bij groen
De criteria voor de nieuwe ‘groene’ productcategorieën onder de SFDR 2.0, met per categorie baseline-criteria, zorgen vermoedelijk voor minder greenwashing.
Deze gedachte was al ingezet door ESMA in haar fondsnamen richtsnoeren en is dus eigenlijk niet nieuw. Het beter inzicht bieden in duurzaam beleggen is met de nieuwe productcategorieën echter wat ons betreft niet opgelost. Voor de gemiddelde retailbelegger zal het onderscheid tussen drie ‘groene’ productcategorieën, een grijze categorie met een vleugje groen, de ‘topping’ en de ‘blends’ waarschijnlijk niet duidelijker zijn dan het huidige systeem.
Misschien dat de level 2 SFDR 2.0 hierin de (retail)belegger nog tegemoet kan komen, maar wij schatten in dat een level 2 gebaseerd op SFDR 2.0 hiervoor geen of geen volledige uitkomst zal bieden.
De voorgestelde productcategorieën binnen SFDR 2.0 lijken een antwoord te bieden op de wens voor meer duidelijkheid en (daardoor) minder greenwashing. Toch blijft het de vraag in hoeverre dit nieuwe systeem beleggers daadwerkelijk meer houvast biedt. Met de hoeveelheid aan opties die SFDR 2.0 biedt, wordt het er voor de belegger niet noodzakelijkerwijs eenvoudiger op. Dus of SFDR 2.0 daarmee echt bijdraagt aan een beter begrip ten opzichte van de huidige SFDR? Dat valt te bezien.
Klaske Beyer en Dinand Jansen, Projective Group


