Post-coronaherstel catalysator voor green bondmarkt

Nederland staat sinds vorig jaar in het rijtje van slechts vijftien landen wereldwijd die groene staatsobligaties hebben uitgegeven. Sinds de Covid-19 uitbraak lijkt het belang van duurzame groei in het kader van economisch herstel echter verder toegenomen. Groene staatsobligaties kunnen hierbij een belangrijk middel zijn en er staan alweer nieuwe landen klaar om dit speelveld te betreden.

Eind mei rapporteerde het Ministerie van Financiën voor de eerste maal wat er met de opbrengst van de emissie van de Nederlandse groene staatsobligatie van vorig jaar is gebeurd. Wat is er gefinancierd met de opbrengsten van de uitgifte en wat zijn daarvan ook de niet-financiële resultaten?

In 2019 is ongeveer 20 procent terechtgekomen bij energiebesparende maatregelen en duurzame energieproductie, 30 procent bij het Deltafonds om te investeren in waterveiligheid en de helft bij het beheer en aanleg van ons spoorwegennetwerk. De afgelopen twee jaar heeft dat naar schatting geleid tot 6,84 megaton aan vermeden CO2-uitstoot.

Deze week geeft Zweden haar eerste groene staatsobligatie uit. PGGM investeert hier niet in omdat we niet in staatsobligaties in Zweedse Kronen beleggen. Zweden heeft echter één van de meest ambitieuze klimaatdoelen wereldwijd en het green bond framework is daar een goede uitwerking van. Deze krijgt het stempel ‘donkergroen’ van Cicero dat onafhankelijk advies geeft over de mate van robuustheid van green bonds. Cicero werkt nauwgezet en gebaseerd op klimaatwetenschap en kent nu voor de eerste maal bij een opinie over groene staatsobligaties dit predicaat toe.

De volgende speler die zich op deze markt meldt is Duitsland. Deze maand publiceerden onze oosterburen de details van het green bond programma dat past binnen de Duitse klimaatdoelen, zoals het uitfaseren van kolen tot 2038 en het percentage hernieuwbare energie laten stijgen tot 65 procent in 2030. Met 12,7 miljard euro aan geïdentificeerde groene uitgaven, zal Duitsland de grootste uitgever worden van groene staatsobligaties.

Duitsland wil snel een volledige groene rentecurve bouwen van korte tot 30-jaars looptijden om zodoende de groene ‘benchmark’ binnen Europa te worden die het al is voor niet-groene obligaties. Daarmee zou het als referentiepunt dienen voor andere potentiële uitgevers van green bonds en zodanig de markt voor duurzame financiering een extra boost geven.

Een nieuwigheidje is dat de Duitsers de groene staatsobligatie als een ‘tweeling’ uitgeven. De green bond krijgt exact dezelfde eigenschappen (looptijd, coupon) als een reeds bestaande niet-groene Duitse staatslening. Gedurende de looptijd kunnen banken vervolgens de groene en niet-groene tweeling voor elkaar inwisselen bij het Duitse agentschap op hetzelfde renteniveau. Alleen bij uitgifte zal dit renteniveau verschillen van de niet-groene tweeling. Duitsland wil zodanig extra transparantie scheppen over of en hoeveel renteverschil beleggers bereid zijn te betalen voor green bonds.

Wat vinden wij hiervan? Overheden zijn de belangrijkste spelers om de klimaatdoelen van het Parijsakkoord te halen, vanwege investeringen en subsidies, maar ook door consistentie in klimaatbeleid waardoor ze als betrouwbare partner van de private sector worden gezien. Groene staatsobligaties zijn een middel om klimaatbeleid geloofwaardig te communiceren naar financiële markten en dienen als referentiepunt voor de private sector – zowel financieel maar ook op het gebied van impactmeting en rapportage.

Daarom juichen we de toename in groene staatsobligaties toe. Aan de andere kant is het kredietrisico gelijk aan niet-groene staatsleningen en is het voor beleggers niet mogelijk invloed uit te oefenen op de, democratisch bepaalde, bestedingen. Moeten we als belegger dan wel of niet een lager renteniveau accepteren voor de groene tweeling?

Recent onderzoek1 wijst uit dat wanneer green bonds een lagere volatiliteit hebben dan vergelijkbare niet-groene obligaties institutionele beleggers binnen hun fiduciaire plicht blijven als ze een kleine premie betalen voor green bonds aangezien het risico-rendement niet verslechtert. Hoewel dat een gegronde reden zou zijn voor een kleine premie van enkele basispunten, lijkt het in de praktijk toch vooral een kwestie van vraag en aanbod van groene obligaties te zijn. De toename van het vermogen in fondsen die enkel duurzaam willen beleggen groeit vaak harder dan de uitgiftes van green bonds zelf.

Het zou hypocriet zijn de toegevoegde waarde van groene staatsobligaties toe te juichen maar er vervolgens niet voor te willen meebetalen. Maar als er andere beleggers bereid zijn beduidend meer te betalen omdat men alleen in green bonds kan beleggen dan laten we dat graag aan hen over. Totdat vraag en aanbod meer met elkaar in balans zijn gekomen.

Over aanbod gesproken: de EU zal binnenkort opstaan als nieuwe reus binnen de markt voor obligaties met een AAA-rating en volgens S&P misschien wel tot 225 miljard euro aan green bonds gaan uitgeven de komende jaren. Een spannende ontwikkeling waarover later meer.

Wilfried Bolt, Senior Investment Manager Fixed Income bij PGGM

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op de website van PGGM

1 Green Bond Risk Premiums: A Twin-Bond ULFP Approach (Ulf Erlandsson, juli 2020, https://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=3624591

Share Button