Nieuwe publicatie: ‘Een natuurpositieve Nederlandse financiële sector’

In een nieuw beleidsdocument geven Rens van Tilburg, Dieuwertje Bosma en Aleksandar Simić van Sustainable Finance Lab een overzicht van de impact van de Nederlandse financiële sector op biodiversiteit. De impact is groot – zowel positief als negatief. De sector kan in staat worden gesteld om meer ‘natuurpositief’ te handelen. De overheid kan dit stimuleren door regelgeving, de eigen overheidsbegroting en publieke financiële instellingen. Centrale banken en toezichthouders kunnen biodiversiteit integreren in toezicht en monetair beleid.

Belangrijkste conclusies en aanbevelingen

De Nederlandse financiële sector is een wereldspeler als het gaat om biodiversiteit. 36% van de bezittingen van Nederlandse financiële instellingen is (zeer) sterk afhankelijk van minimaal één ecosysteemdienst. Nederlandse pensioenfondsen behoren tot de belangrijkste beleggers in sectoren die verband houden met ontbossing als rundvlees, palmolie, pulp, rubber, soja en hout. Nederlandse banken verdienden meer dan 40% van de totale Europese bankwinsten op leningen aan bedrijven met controverses rond ontbossing.

Milieurisico’s en -impact staan inmiddels hoog op de financiële agenda. Er is wereldwijde consensus onder private financiële instellingen, beleidsmakers, toezichthouders en centrale bankiers dat zowel klimaatverandering als verlies aan biodiversiteit materiële risico’s met zich meebrengen, voor individuele financiële  instellingen en het financiële systeem als geheel. Steeds meer private en publieke financiële instellingen proberen ook de positieve impact van hun financiering te vergroten en activiteiten die schadelijk zijn voor het milieu te minimaliseren.

De financiële sector richt zich echter vooral nog op klimaatverandering. De afgelopen jaren is veel energie gestoken in het verzamelen van gegevens en het ontwikkelen van methodieken om klimaatgerelateerde risico’s te beoordelen. Veel financiële instellingen hebben beloofd hun financiering in lijn te brengen met het Klimaatakkoord van Parijs. De aandacht voor biodiversiteit groeit, maar is nog veel minder groot dan die voor klimaatverandering.

Het meeste milieubeleid van financiële instellingen is vrijwillig van aard. Het meenemen van milieurisico’s is  weliswaar verplicht, maar hier wordt nog niet op gehandhaafd. Zo zijn in de EU de kapitaalseisen nog niet aangepast, wat elders wel al het geval is. Dit ondanks het feit dat de meeste financiële instellingen deze risico’s niet beheren zoals de ECB dat voorschrijft.

De kans om de klimaat- en biodiversiteitsdoelen te realiseren neemt snel af. Binnen enkele jaren dreigt overschrijding van kritische drempels, de zogenaamde tipping points. Daarmee dreigen de problemen snel groter te worden en mogelijk onomkeerbaar.

Een biodiversiteitsakkoord kan wereldwijde samenwerking in gang zetten. Dit jaar kan het Global Biodiversity Framework voor biodiversiteit doen wat het Akkoord van Parijs van 2015 heeft gedaan voor klimaatverandering: een duidelijk doel stellen dat wereldwijde actie stimuleert vanuit de hele samenleving, zowel publiek als privaat.

De financiële sector is onmisbaar om de mondiale biodiversiteitsdoelstellingen te realiseren. Het zijn de financiers die besluiten wie wel en wie niet de middelen krijgt om zijn plannen te verwezenlijken.

De overheid kan de financiële sector in staat stellen om meer natuurpositief te handelen. Dit kan rechtstreeks door middel van regelgeving en overheidsuitgaven, maar ook via regelgeving en toezicht op de financiële sector, via publieke financiële instellingen en monetair beleid.

Download de Nederlandse samenvatting (pdf)

 

Share Button