Duurzaam beleggen mét impact: “Geld niet zien als doel op zich, maar als instrument”

Het percentage aan beleggingen dat wordt gekwalificeerd als duurzaam, neemt jaarlijks nog altijd flink toe. Daarvan bestaat het grootste gedeelte uit zogenoemd ESG-beleggen. De afkorting staat voor Environmental (milieu/klimaat), Social (maatschappij) en Governance (bestuur). Hoe beter een bedrijf op deze drie pijlers scoort, hoe hoger de ESG-rating. Volgens de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten steeg het bedrag aan ESG-beleggingen binnen de EU tot 1600 miljard euro in 2021. Dat is iets minder dan 20 procent van het totaal aantal publiek aangeboden fondsen.

Maar investeren volgens de ESG-pijlers betekent volgens Jacqueline Duiker van de VBDO nog niet per definitie dat een investering ook daadwerkelijk een positieve uitwerking heeft op het klimaat. ‘Bij ESG-beleggen wordt rekening gehouden met de ESG-risico’s. Dus wat is bijvoorbeeld het risico van klimaatverandering op mijn investering? Die manier van beleggen zie je inderdaad steeds meer. Maar wat nu nog in veel mindere mate gebeurt, is beleggen met een aantoonbaar positieve impact op het klimaat. Stel je jezelf de simpele vraag of een investering echt concreet iets bijdraagt aan bijvoorbeeld CO2 -reductie en is het antwoord ja? Dan kun je spreken van een écht duurzame belegging.”

Duurzaam beleggen en rendement niet hand in hand?

Bij sommige mensen bestaat nog steeds het beeld dat duurzame beleggingen vaak minder rendabel zijn, omdat rekening houden met klimaat ook iets ‘kost’. Naar rendement op duurzame beleggingen is veel onderzoek gedaan, met uiteenlopende resultaten. Wetenschappers van de Universiteit van Hamburg deden in 2015 een meta-onderzoek naar alle studies die toen over dit onderwerp beschikbaar waren. Wat bleek? In 90 procent van de gevallen werd geen negatief verband tussen duurzaam beleggen en rendement gevonden. Bijna 60 procent toonde een positief verband aan.

Dat het een misvatting is dat duurzaam beleggen en rendement niet hand in hand gaan, beaamt ook Duiker: “Bij traditionele beleggingen wordt nog altijd niet echt rekening gehouden met externe factoren, zoals klimaatverandering, schendingen van mensenrechten, of verlies aan biodiversiteit, die van invloed kunnen zijn op risico en rendement. Dat is niet terecht, want die dingen zijn er nu eenmaal wel en ze hebben ook economische gevolgen. We zijn het alleen niet gewend om met die factoren te gaan rekenen, ze zijn moeilijk in cijfers uit te drukken. Lange tijd kon je daar ook nog wel mee wegkomen, maar nu we tegen bepaalde grenzen aanlopen op deze planeet, zal je zien dat de wal het schip gaat keren.”

Een grote rol is weggelegd voor Pensioenfondsen. Aan het einde van 2021 hadden de Nederlandse fondsen volgens DNB gezamenlijk ruim 1000 miljard euro in aandelen op de beurs en in beleggingsfondsen zitten. Duurzaam beleggen is binnen de pensioensector inmiddels steeds meer de standaard geworden, zo concludeerde de VBDO eind vorig jaar na eigen onderzoek. Maar in hetzelfde rapport staat te lezen dat dit zich nog niet heeft vertaald naar concrete, impactvolle actie: “Zo voldoet meer dan de helft van de pensioenfondsen nog niet aan het klimaatcommitment van het klimaatakkoord en heeft minder dan 1 op de 5 fondsen een strategie voor het implementeren van net-zero emissiedoelstellingen.”

Invloed uitoefenen op je pensioenfonds

Hoewel dit misschien niet zo lijkt, kan je als individu wel degelijk invloed uitoefenen op wat een pensioenfonds met je geld doet, stelt Duiker. “Neem bijvoorbeeld contact op met het bestuursbureau en geef aan wat je belangrijk vindt, of vraag op welke manier er rekening wordt gehouden met duurzaamheid. En je bent heus niet de enige die dat doet.

In 2008 bleek uit onderzoek van Zembla dat Nederlandse pensioenfondsen belegden in onder meer clustermunitie. Toen hebben enorm veel mensen bij hun fonds aan de bel getrokken en sindsdien is er heel veel veranderd. Het zorgde er ook voor dat de pensioenfondsen een stuk meer moeite zijn gaan steken in het in beeld brengen van de voorkeuren van hun deelnemers.”

Uit een ander recent rapport van de VBDO blijkt dat verzekeraars nog achterblijven op de pensioenfondsen, op het gebied van impactvol duurzaam beleggen. Zouden er misschien bepaalde duurzaamheidsstandaarden moet komen, waar de financiële sector zich collectief aan moet houden? Duiker denkt dat samenwerking tussen alle betrokken partijen in dat geval essentieel is. “Niemand kan dit in zijn eentje doen, zelfs de grootste spelers niet. Stel dat er inderdaad bepaalde standaarden komen voor duurzaam beleggen, dan heeft elke partij er belang bij dat die gezamenlijk zijn ontwikkeld. Daar zijn trouwens al echt wel initiatieven voor. Wat vervolgens belangrijk is, is dat die initiatieven dan ook ambitieus genoeg zijn. Ik wil ervoor pleiten dat de lat hoog wordt gelegd, zodat er ook echt dingen veranderen.”

“Overheid moet meer sturing geven”

Wat is de rol van de overheid hierin? Of beter gezegd: wat zou die rol moeten zijn? Duiker: “Je zou zeggen dat duurzaamheid gaat over publieke belangen. Van oorsprong was het toch de taak van de overheid om die belangen te behartigen? Dan is het eigenlijk best wel gek dat we het in dit geval af laten hangen van de financiële sector en van NGO’s die zich hier hard voor maken. Je zou verwachten dat dit juist primair

door de publieke sector wordt opgepakt. Dat is helaas maar in beperkte mate zo.”

De overheid zou volgens Duiker meer sturing kunnen geven via subsidies en belastingen. “Het afschaffen van subsidies op fossiele brandstoffen, die nog steeds heel substantieel zijn, zou heel veel betekenen. Daarnaast oefenen grote bedrijven via hun lobby nog steeds enorme invloed uit. Zo wordt bij de EU heel effectief gelobbyd door multinationals die pesticiden willen verkopen. Met succes, terwijl dit aantoonbaar heel slecht is voor de biodiversiteit.”

Bureaucratie

Duiker hoopt ook dat nieuwe duurzame initiatieven vaker een kans krijgen. “Nu lopen die vaak vast op bureaucratie. De gedachtegang bij de overheid is momenteel nog veel te veel dat er wel eens iets mis zou kunnen gaan als we nieuwe dingen proberen. Dus dan doen we het maar niet. Tot slot zou de overheid ook meer wet- en regelgeving in kunnen voeren, waarmee duurzame investeringen worden gestimuleerd. Ook wordt er al jaren over gesproken om ESG-risicobeheersing op te nemen in de Corporate Governance Code. Het gebeurt alleen steeds niet.”

Wie de verantwoordelijk ook neemt -de financiële sector, de overheid, of individuele beleggers- uiteindelijk komt het er in de ogen van Duiker allemaal op neer hoe we naar ‘geld’ kijken. Ze pleit ervoor dat we dat minder gaan zien als doel op zich: “Je kunt niet alles in geld uitdrukken, ook al doen we alsof dat wel zo is. Geld is een instrument om iets te realiseren: een prettig leven. Daarvoor is een leefbare planeet wel zo fijn. Nu hebben we nog de mogelijkheid én de verantwoordelijkheid om daar iets positiefs aan bij te dragen. Dus moeten we nadenken hoe we onze financiële middelen gaan inzetten om dat te bereiken.”

Bron: dit artikel verscheen eerder al in MediaPlanet, als bijlage van het Financieel Dagblad. 

Share Button