Rekening houden met mensenrechten is een must

Volgens Irina van der Sluijs is inzetten op sociale duurzaamheid een no-brainer: “Bedrijven moeten aan allerlei keurmerken voldoen als het gaat om consumentenveiligheid rond speelgoed of voedsel, maar rekening houden met mensenrechten is vrijwillig, dat kan er bij mij gewoon niet in.

Irina van der Sluijs, mensenrechtendeskundige bij ASN Bank, is net terug uit Genève, waar circa 2.500 mensen bij elkaar kwamen om te praten over het bedrijfsleven en mensenrechten. “Dat er zoveel mensen bij elkaar komen, geeft aan dat het een belangrijk onderwerp is”, vindt zij.

In 2008 publiceerde John Ruggie een raamwerk dat de basis vormt voor deze bijeenkomsten van de Verenigde Naties (VN). Het werk van de Harvard-professor is volgens Van der Sluijs baanbrekend, omdat bedrijven daarin mede verantwoordelijk worden gehouden voor universele mensenrechten.

Drie pijlers

Ruggie ontwikkelde drie pijlers. De eerste houdt in dat overheden de verantwoordelijkheid hebben om mensen te beschermen: duty to protect. De tweede houdt in dat het bedrijfsleven mensen moet respecteren: duty to respect. De derde gaat erover dat slachtoffers van mensenrechtenschennis ergens naartoe kunnen om hun recht te halen: access to remedy.

Op deze drie pijlers zijn de VN-richtlijnen gestoeld. Deze richtlijnen zijn unaniem aangenomen, wat wederom heel bijzonder is volgens Van der Sluijs. De VN gaf daarmee unaniem aan dat zij vindt dat bedrijven verantwoording dragen voor de mensenrechten van hun werknemers in de aanvoerketen. Van der Sluijs spreekt van een zorgplicht.

Verantwoordelijkheidsgevoel

Een belangrijke reden voor het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel ligt in globalisering, omdat de mensen om wie het gaat letterlijk ver weg zijn. Van der Sluijs: “Als een textielfabriek in Brabant staat en de baas de werknemers kent dan is hij eerder geneigd om goede arbeidsomstandigheden te bieden.”

Hetzelfde geldt volgens haar voor ons als consumenten: “Met de langere aanvoerketens heb je niet meer door wie jouw kleren maken, thee verbouwen of telefoon in elkaar zetten.”

Globalisering

In het laatste deel van de twintigste eeuw zijn mensenrechten vooral een taak van de overheid. Deze moet mensenrechten vertalen naar nationale wetgeving. Mede daardoor zijn deze waarden verankerd in de West-Europese en Noord-Amerikaanse wetgeving en is handhaving goed geregeld.

In veel andere landen, zelfs in Zuid- en Oost-Europa, zijn mensenrechten veel minder vanzelfsprekend, stelt Van der Sluijs. “In die landen zie je dat met name kwetsbare groepen, zoals arme gezinnen, ongeschoolde arbeiders, vrouwen en kinderen, niet genoeg beschermd worden door de overheid en de maatschappij.”

Dit wordt merkbaar doordat westerse bedrijven in de jaren negentig en jaren nul hun handel internationaal uitbreiden. Deze bedrijven halen hun grondstoffen vanuit de hele wereld en plukken de vruchten van de lage lonen en vrijhandel.

Wetteloosheid

“Er ontstond een grijs gebied waar bijna wetteloosheid gold, omdat de nationale overheden van aanvoerlanden niet in staat waren hun arbeiders te beschermen”, legt Van der Sluijs uit. “Dan krijg je een hele rare situatie waarin niemand verantwoordelijkheid neemt, omdat iedereen een beetje verantwoordelijk is.”

Daarom is het belangrijk dat nu wordt gesproken over deze verantwoordelijkheid. In sommige landen wordt het zelfs wettelijk vastgelegd.

Zo heeft de Britse overheid in 2015 de Modern Slavery Act ingevoerd. Die stelt dat bedrijven jaarlijks moeten rapporteren wat zij doen tegen de ergste vormen van kinderarbeid en schuldslavernij. Ook de Franse overheid heeft een Loi Vigilance geïntroduceerd. En in Nederland debatteert de Eerste Kamer binnenkort over het voorstel voor de Wet zorgplicht kinderarbeid.

Business case

Van der Sluijs vindt dat het doodnormaal zou moeten zijn dat een bedrijf goed voor zijn arbeiders zorgt. Niet alleen voor zijn eigen werknemers, maar voor alle arbeiders in de keten. “Als jouw bedrijf een link heeft met bedrijven die kwetsbare arbeiders in arme landen inhuren, dan ben jij verantwoordelijk voor die werknemers.”

Aan de ene kant vindt Van der Sluijs dat mensenrechten los moeten staan van de businesscase. Aan de andere kant zou ze sociale impact graag meetbaar maken om zo handelingsperspectief te bieden aan bedrijven.

Volgens haar is dat een van de redenen waarom de focus lange tijd op ecologische duurzaamheid heeft gelegen, omdat het financieel rendement van bijvoorbeeld efficiënt grondstoffengebruik kwantificeerbaar is.

Sociale voetafdruk

“Je hoort veel over de CO2-voetafdruk, maar er is ook absoluut een sociale voetafdruk”, zegt Van der Sluijs. Onder de sociale voetafdruk van een bedrijf vallen de effecten op mensenrechten die nog niet zijn verdisconteerd in het bedrijfsmodel.

Het kan daarbij gaan om lage lonen, verbod op vakvereniging, kinderarbeid, schuldslavernij of seksuele intimidatie. “Dan heb je het niet over materiele risico’s, maar over maatschappelijke risico’s”, legt Van der Sluijs uit.

De wereld beter achterlaten voor de volgende generatie, gaat niet alleen om ecologische, maar ook om sociale duurzaamheid, stelt Van der Sluijs. Ze refereert aan de commissie Brundtland die in 1987 een concept ontwikkelde dat ASN Bank als normatief kader hanteert.

In het rapport ‘Our common future’ formuleerde de commissie duurzaamheid als volgt: ‘Sustainable development is development that meets the needs of the present without compromising the ability of future generations to meet their own needs’.

Uiteenlopende bedrijven, van voedingsmiddelengigant Unilever tot tapijttegelfabrikant Interface, stellen doelstellingen op die rekening houden met hun sociale voetafdruk. Het zijn dit soort bedrijven die in het beleggingsuniversum van ASN Bank zijn opgenomen.

Beleggingsuniversum

Alleen bedrijven die door de duurzaamheidsscreening komen, komen in aanmerking voor een plek in het beleggingsuniversum. Dat betekent dat de duurzaamheidsafdeling van de bank bepaalt in welke bedrijven de beleggingsafdeling mag investeren. “Puur en alleen op winst gericht zijn, is niet houdbaar op de lange termijn. Bedrijven hebben een zorgplicht voor hun sociale kapitaal”, zegt Van der Sluijs.

De bank beoordeelt bedrijven op basis van duurzaamheidscriteria: bestuur, sociaal en milieu. Mensenrechten vallen onder de sociale criteria. Daarbij kijkt ASN Bank onder andere of bedrijven sociaal beleid hebben opgesteld. De nadruk komt daarbij steeds meer op de keten te liggen.

Vier fundamentele arbeidsnormen staan centraal, geïdentificeerd door de internationale arbeidsorganisatie van de VN: discriminatie, vakbondsvrijheid, kinderarbeid en gedwongen arbeid. De bank is op sommige criteria minder streng voor kleinere bedrijven, zodat bedrijven die willen verbeteren ook in het universum opgenomen kunnen worden.

Vervolgens gaat ASN Bank samen met andere investeerders in gesprek met het desbetreffende bedrijf om te kijken hoe verbeterslagen kunnen worden gemaakt. Momenteel zetten zij vooral in op leefbaar loon in de kledingindustrie. Dit is iets anders dan het minimum loon.

Leefbaar loon

Veel internationale bedrijven betalen werknemers al vaak het wettelijke minimumloon via hun leveranciers. Hier kunnen werknemers in de praktijk echter meestal niet van rondkomen. Volgens van der Sluijs is er in veel landen sprake van een kloof tussen het minimumloon en het geldbedrag dat nodig is om in de basisbehoeften te voorzien.

Door werknemers een leefbaar loon te betalen, kunnen kinderarbeid en excessief overwerk worden tegengegaan, zegt Van der Sluijs. Als ouders voldoende verdienen om rond te komen, kunnen zij hun kinderen naar school sturen in plaats van naar werk. Zij hoeven dan bovendien geen extra uren te maken om rond te komen.

Daarom zet ASN Bank zich samen met andere financiële investeerders, zoals Triodos en Pensioenfonds MN, in voor leefbare lonen. Zij hebben als doelstelling gesteld om in 2030 leefbare lonen te hebben doorgevoerd in de kledingsector.

Geen perfect verhaal

Dit klinkt ver weg, vindt Van der Sluijs, maar zij wijst erop dat het om een complex proces gaat waarbij toeleveranciers, textielfabrieken, vakbonden en lokale overheden betrokken zijn. “Het is niet alleen maar een kwestie van een bedrijf dat meer betaalt. Dit geld moet ook daadwerkelijk terechtkomen bij de arbeider.”

De financiële instellingen gebruiken de VN-richtlijnen als handleiding die bedrijven kunnen volgen op weg naar leefbare lonen. Het gaat om vier stappen die bedrijven kunnen nemen. De eerste is beleid formuleren, de tweede is de loonkloof onderzoeken, de derde is met sectorgenoten overleggen hoe de loonkloof kan worden aangepakt en de vierde is transparant zijn.

“Wij hoeven geen perfect verhaal,” zegt Van Der Sluijs. Zolang bedrijven aangeven dat ze hiermee bezig zijn, wil ASN Bank ze graag helpen om verder te komen. Twee jaar geleden heeft de Erasmus Universiteit voor de bank een nulmeting gedaan. Daaruit blijkt dat de meeste bedrijven het minimumloon betalen. “Wat natuurlijk wettelijk gezien prima is, maar wij willen dat ze een tandje meer doen,” zegt Van der Sluijs.

Klimaat en mensenrechten: twee kanten van dezelfde medaille

Volgens Van der Sluijs is het logisch dat ASN Bank zich met sociale duurzaamheid bezighoudt, omdat de bank in de jaren zestig vanuit een sociaal oogpunt is opgericht. Met aandacht voor vakbonden en met het idee dat arbeiders goed moeten kunnen sparen en wonen en recht hebben op goede gezondheidzorg en goed onderwijs.

“Vanaf de oprichting van de bank was er sprake van verantwoordelijkheidsgevoel. Het gevoel dat de taak van een bank meer is dan het nastreven van financieel rendement”, zegt Van der Sluijs.

ASN Bank is daarom tegelijkertijd een klimaatbank en een ethische bank. Volgens Van der Sluijs gaan de drie pijlers van de bank, biodiversiteit, klimaat en mensenrechten, dan ook goed samen. “Alle drie de pijlers hebben te maken met zorgplicht. De mens zorgt voor de aarde, voor andere mensen en voor dieren. Daarin komt het allemaal samen voor ons.”

Dit blog verscheen eerder op duurzaambedrijfsleven.nl.

Share Button
Geplaatst in .